Omgevingsmanagement als game

Blog

Omgevingsmanagement als game

Projecten in de fysieke leefomgeving zijn vaak complex, mede doordat bij deze projecten verschillende stakeholders betrokken zijn die ieder andere belangen hebben. Desondanks moeten projecten wel gerealiseerd worden. Dit vraagt van de omgevingsmanager om een aanpak waarbij er oog is voor de belangen van alle stakeholders. Dit gebeurt nu vaak op basis van ervaring en gevoel, maar er wordt nog geen gebruik gemaakt van een model. De Game Theory kan hierin een aanvulling zijn.

Wat is Game Theory?

De Game Theory is een wiskundig model waarin conflict en samenwerking tussen rationeel handelende stakeholders wordt weergegeven. Game Theory is het abstraheren van de werkelijkheid tot een wiskundig model. Deze methode kan helpen om inzichtelijk te maken waar het conflict vandaan komt en wat mogelijke oplossingen zouden kunnen zijn. Binnen de fysieke leefomgeving wordt dit nog niet gebruikt. Om die reden wordt in dit artikel de Game Theory toegepast aan de hand van een denkbeeldige case waarin de aanleg van windmolenparken op zee centraal staat.

De case: actoren & situatieschets

Onze denkbeeldige case betreft de aanleg van windmolenparken in de Noordzee. Hierin analyseren we de rol van drie belangrijke stakeholders:

– De Rijksoverheid: deze stakeholder is een voorstander van windmolenparken. Voor het Rijk is de perceptie voornamelijk het behalen van de Europese richtlijnen met betrekking tot een duurzame energievoorziening. Om dit te bereiken stelt het Rijk subsidies beschikbaar. Er worden enkele grote parken aangelegd. Daarnaast komen de parken dicht bij de kust. Dit levert een besparing op van miljarden en minder horizonvervuiling omdat de windmolens gecentreerd staan op enkele plekken.

– De visserij en scheepvaart zijn niet expliciet tegen de aanleg van de windmolenparken, maar zijn wel bezorgd over de economische gevolgen. Bepaalde visgronden zullen gesloten worden en scheepvaartroutes op de Noordzee dreigen aangepast te worden.

– De kustgemeenten zijn tot slot expliciet tegen de aanleg van windmolenparken omdat dit schadelijk is voor toerisme en recreatie vanwege horizonvervuiling.

Game Theoretische analyse

Zoals omschreven zijn er drie spelers; de Rijksoverheid, de visserij & scheepvaart en de kustgemeenten. Deze spelers kunnen allen twee acties uitvoeren. Ze kunnen meewerken, ´C´ van cooperate, of tegenwerken, ´D´ van defect. Indien de Rijksoverheid ´D´ kiest gebeurt er niets en is de waarde, ‘payoff’, 0 voor alle 3 de spelers (0, 0, 0). Hieronder zie je twee spelen, eerst tussen de Rijksoverheid en de visserij & scheepsvaart. Daarna tussen de Rijksoverheid en de kustgemeenten.

Cooperate (C) Defect (D)
Cooperate (C) X, -A X-Y, -A-B
Defect (D) 0, 0 0, 0

´X´ is hier waarde die de overheid geeft aan het realiseren van de windmolens. ´A´ is het nadeel dat de visserij ondervindt van de windmolens. ´B´ zijn de kosten die de visserij maakt om de windmolens aan te vechten en ´Y´ zijn de kosten die de overheid ondervindt als de visserij de windmolens aanvecht.

Cooperate (C) Defect (D)
Cooperate (C) X, -C X-Z, -C-D
Defect (D) 0, 0 0, 0

Bij het spel tussen de Rijksoverheid en de kustgemeenten geldt een zelfde verdeling als bij het spel hierboven. ´X´ is de waarde voor de overheid van de windmolens. ´C´ is het nadeel voor de gemeenten, ´D´ zijn de kosten die ze maken om het plan aan te vechten. ´Z´ zijn de kosten die de overheid ondervindt als de gemeenten de windmolens aanvechten.

De overheid heeft dus 2 keuzes:

  • Wanneer ´D´ gekozen wordt eindigt het spel met payoff (0,0,0) voor iedereen.
  • Indien ´C´ gekozen wordt komen de visserij en de kustgemeenten samen in een spel. De meest linker payoff (zie tabel) is voor de Rijksoverheid, de tweede voor de visserij en de derde voor de gemeenten.

Cooperate (C) Defect (D)
Cooperate (C) X, -A, -C X-Z, -A, -C-D
Defect (D) X-Y, -A-B, -C X-Y-Z, -A-B, -C-D

In bovenstaand spel hebben we aangenomen dat als de Rijksoverheid besluit om de windmolens door te zetten deze, ondanks mogelijke protesten, er op termijn ook zullen komen. Dit betekend dat als de overheid doorzet en B > 0 (B zijn de kosten voor het aanvechten door de visserij), dat de visserij dit liever niet aanvecht, omdat -A > -A-B. Hetzelfde gaat op voor de kustgemeenten, wanneer D > 0 dan is het beter om cooperate te spelen want -C > -C-D.

Voor de Rijksoverheid is het doorzetten van de windmolens de dominante strategie zolang X > Y + Z, waardoor de payoff voor de overheid altijd meer dan 0 is. Dat wil zeggen, zolang de voordelen van de windmolens groter zijn dan nadelen van het aanvechten door de gemeenten en visserij is het voor de overheid de beste strategie om de windmolens door te zetten. Het enige Nash Equilibrium (NE) is dan (C, C, C). Een Nash Equilibrium is een set van strategieën waar geen van de spelers van strategie wil veranderen.

Echter wanneer X < Y of X < Z is, kunnen er verschillende andere NE ontstaan. Indien de visserij en/of gemeenten ´D´ spelen is het voor de overheid beter om ook ´D´ te spelen, de windmolens vinden dan geen doorgang. De NE zijn dan (D, D, D), (D, C, D), (D, D, C) en (C, C, C). Wanneer X > Y en X > Z maar X < Y + Z is, bestaan er twee NE, (D, D, D) en (C, C, C). Samengevat in onderstaande tabel:

Scenario’s Condities Nash Equilibria
1 X > Z + Y (C, C, C)
2 X < Y & X > Z (C, C, C), (D, D, D), (D, D, C)
3 X > Y & X < Z (C, C, C), (D, D, D), (D, C, D)
4 X < Y & X < Z (C, C, C), (D, D, D), (D, D, C), (D, C, D)
5 X < Z + Y & X > Y & X > Z (C, C, C), (D, D, D)

Afhankelijk van het scenario kunnen de stakeholders een strategie kiezen. De overheid zal proberen de NE (C, C, C) te bereiken, de andere stakeholders (D, D, D).

  • In scenario 1 is er één NE waarbij de Rijksoverheid de windmolens zal doorzetten en weinig tegenstand zal tegen komen.
  • In scenario 2 – 4 weten de visserij en de kustgemeenten dat als de overheid de windmolens doorzet het voor hen het beste is om mee te werken. Echter zien zij liever dat de windmolens niet worden doorgezet. Zij zullen de Rijksoverheid dus moeten overtuigen dat ze, één of beide, ´D´ zullen spelen. Ze zullen een ‘non-credible threat’ moeten maken. Een ‘non-credible threat’ is een dreigement die, als het er op aan komt, geen doorgang vindt bij een rationele speler. Een ‘non-credible threat’ wordt gemaakt met de hoop dat dat geloofd wordt en niet hoeft te worden uitgedragen. Indien het lukt om de overheid te overtuigen dat ze ´D´ zullen spelen zal het voor de overheid ook beter zijn om ´D´ te spelen.
  • Scenario 5 is vergelijkbaar met scenario 2, 3 en 4, behalve dat de visserij en kustgemeenten nu samen moeten werken om het project tegen te houden. Gezamenlijk zal er een ‘non-credible threat’ gemaakt moeten worden.

Conclusie

Om tot een (C, C, C) evenwicht te komen kan de overheid een aantal maatregelen nemen:

1. Niet (tijdig) informeren.
2. De overheid kan aankondigen dat het besluit hoe dan ook doorgaat en weerstand geen zin heeft.
3. Stakeholders betrekken en zoeken naar condities voor een compromis of win-win situatie.

Optie 1 en 2 maken gebruik van de sterke positie van de overheid. Dit kan tot negatieve en irrationele tegenreacties leiden. Het Rijk zal de plannen mogelijk laat aankondigen en weinig tot geen ruimte laten voor aanpassingen. De Rijksoverheid gebruikt hier haar machtspositie om de plannen door te drukken. Dit kan leiden tot negatieve en irrationele tegenreacties. Er bestaat een kans dat het project strand in juridische procedures of dat de Rijksoverheid negatief in beeld komt. De ‘non-credible threat’ kan mogelijk toch doorgang vinden als de stakeholders zich gepasseerd voelen en emotioneel reageren.

Bij optie 3 wordt gekeken naar de belangen van de stakeholders. Er wordt informatie uitgewisseld en gezocht naar een compromis of win-win situatie. De overheid neemt het initiatief en constateert dat de visserij, scheepvaart en de kustgemeenten tegen de komst van windmolenparken zijn. . Er wordt een omgevingsmanager op het project gezet die de situatie gaat analyseren en de partijen betrekt. Het uiteindelijke resultaat is dat de visserij, scheepvaart en de kustgemeenten actief betrokken worden bij de plannen van de Rijksoverheid. Door vanuit de Rijksoverheid (deels) toe te geven aan de wensen van de visserij & scheepvaart komt men deze partij tegemoet. Dit heeft tot gevolg dat deze partij meegaat met de plannen van het Rijk. Wat betreft de kustgemeenten kan de omgevingsmanager bewerkstelligen dat er geld beschikbaar komt voor onderzoek naar de gevolgen voor de toerismesector. Aan alle eisen tegemoet komen gaat niet, maar door deels tegemoet te komen aan de kustgemeenten, deze actief te betrekken en eventueel subsidie beschikbaar te stellen ter versterking van de toerismesector kan men een eventuele rechtsgang ‘afkopen’ en de schade ‘compenseren’.

Door bovenstaande situatie Game Theoretisch te benaderen komt men tot gedegen inzichten over de verhoudingen van het probleem. Dit biedt een extra framework om beslissingen te ondersteunen en kan een omgevingsmanager helpen bij zijn of haar dagelijkse werkzaamheden in de praktijk.

Door: Pieter-Corné den Braber en Frans de Heij, Projectconsultants bij Balance – Advies, Projecten, Interim. 

Begin met typen en druk op enter om te zoeken