Blog

Is het gemiddelde bod het beste bod?

In maart was ik bij een masterclass van Hennes de Ridder, inspirerende man. Hierin ging hij kort in op het aanbestedingsmechanisme waarin de goedkoopste aanbieder wint. In zijn visie onderschat de goedkoopste aanbieder de kosten en overschat de hoogste bieder deze. Optimaal zou zijn om degene die het dichtstbij het gemiddelde zit de opdracht te laten uitvoeren. Ik wil graag nog even op deze claim in gaan.

Het mechanisme van een “low price auction” is dat de laagste bieder de opdracht krijgt. De opdrachtgever vraagt een product uit, bijvoorbeeld een brug, en degene die het beste (lees laagste) bod doet krijgt de opdracht. Een handig mechanisme, omdat dit competitie stimuleert en de prijs voor de opdrachtgever naar beneden drukt. Immers als je als opdrachtnemer een lagere prijs kan bieden heb je meer kans op de opdracht, dus is er een incentive om kosten te drukken. Maar met complexe projecten kan dit ook een probleem zijn. We hebben ook de zogeheten “quality auction”, waaronder bijvoorbeeld EMVI valt. Hierbij wordt naast de prijs, ook de kwaliteit meegenomen in de keuzeafweging voor een aanbieder. EMVI werkt in theorie hetzelfde als een “low price auction” maar dan met een korting gebaseerd op de kwaliteit van de aanbieding.

Winner’s curse

Wat kost een brug, een parallel structuur of een nieuwe vaargeul? Het is praktisch onmogelijk om een precieze inschatting te maken van de totale kosten. Met andere woorden, er is altijd onzekerheid over de prijs van complexe projecten. Als verschillende opdrachtnemers een bod uitbrengen zullen deze van elkaar verschillen, afhankelijk van de bedrijfsvoering en aannames over het project. Door middel van een “low price auction” wint het bod dat de kosten het laagst heeft ingeschat. Kans bestaat dus dat deze opdrachtnemer de kosten te laag heeft ingeschat en verlies maakt op het project. Dit principe wordt ook wel de “winner’s curse” genoemd.

De “winner’s curse” is gevaarlijk voor zowel opdrachtnemer als opdrachtgever. Voor opdrachtnemer is het verlies maken op een project een duidelijk probleem. Maar voor de opdrachtgever is het ook een probleem als de opdrachtnemer in financiële lasten komt. Om zijn verliezen te compenseren zal de opdrachtnemer mogelijk minder kwaliteit leveren, uitlopen op de planning, kosten escaleren of zelfs weglopen van het project. Het is dus voor zowel opdrachtgever- als nemer van belang om een goede prijs te betalen voor een project.

Average price auction vs low price auction

Een mogelijke oplossing is om niet voor het laagste bod te gaan, maar om het bod dat het dichtst bij het gemiddelde van alle biedingen zit te accepteren. Dit wordt een “average price auction’’ genoemd. Als we aannemen dat het gemiddelde van de biedingen het dichtstbij de daadwerkelijke prijs komt, is dit een charmante oplossing. Dit mechanisme wordt door verschillende instanties gebruikt, zoals de overheid in Taiwan en door de Florida Departement of Transportation.

De literatuur is eenduidig over het standpunt waarbij de “average price auction” meer problemen dan oplossingen met zich mee brengt. De fout die wordt gemaakt wanneer men denkt dat een “average price auction” beter werkt, is dat men ervan uitgaat dat de opdrachtnemer zich hetzelfde blijft gedragen als bij een “low price auction”.  De praktijk toont echter aan dat het gedrag van de opdrachtnemer verandert.

Een “average bid auction” heeft als groot nadeel dat het innovatie en kostenreductie tegengaat. Stel dat er drie opdrachtnemers zijn die een bod uitbrengen. Als één van die drie een nieuwe innovatie bedenkt om de kosten flink te reduceren, kan deze een lagere prijs bieden. Echter doordat twee van de drie rond de oude prijs blijven, zullen zij dichter bij het gemiddelde zitten en de opdracht winnen. Naast het tegengaan van kostenreductie kan een “average price auction” kartelvorming in de hand werken. Als twee bedrijven coördineren op een prijs, trekken ze het gemiddelde daar sterk naar toe en is de kans dat ze de opdracht winnen een stuk groter. Een krachtige eigenschap van de “low price auction” in tegenstelling tot een “average price auction” is dat kartelvorming lastig is omdat alle partijen daarvoor moeten meewerken. Ook in de praktijk blijkt de “average price auction” niet beter te presteren dan de “low price auction”[1].

Belangrijk hierbij te vermelden, is dat niet enkel het gebruikte model van belang is maar vooral de manier waarop deze wordt gebruikt. Zo moet naast de externe omgeving ook de interne omgeving worden meegenomen waarbinnen de aanbesteding plaatsvindt. En omdat er veel verandering in zowel de externe als interne omgeving plaatsvindt, is het van essentieel belang om de aanbestedingsmodellen constant te evalueren en te zoeken naar mogelijke verbeteringen!

 


[1] Chang, W., Chen, B. & Salmon, T. (2013) An investigation of the Average Bid Mechanism for Procurement Auctions.  Mimeo.

Begin met typen en druk op enter om te zoeken