Balance Blog

De ontwikkelingen in uw sector door de ogen van onze experts

Numerieke benadering EMVI-criteria succesvol!

Circulariteit en duurzaamheid zijn hot! Hoe men echter allerlei ideeën op dit vlak concretiseert is een issue dat gecompliceerder ligt. In de Nederlandse politiek wordt bijvoorbeeld al jaren gesteggeld over de invoering van de kilometerheffing. Bij de recente formatiebesprekingen lag dit onderwerp wederom op de onderhandelingstafel. Ook binnen de Grond Weg en Waterbouw sector (GWW), waarin ik zelf werkzaam ben, speelt dit issue. Circulariteit en duurzaamheid zijn steeds vaker belangrijke aspecten in inkoopcontracten en aanbestedingen. De voornaamste uitdaging is echter om ervoor te zorgen dat genoemde aspecten SMART worden geborgd en opdrachtnemers worden geprikkeld om innovatief te zijn. 

Case: circulair + numeriek 
Bij een van mijn opdrachten voor de gemeente Utrecht, het gaat hier om de aanleg van een geluidswal en -scherm langs de A12, zijn we deze uitdaging aangegaan door ruimte te creëren om de geluidwerende voorzieningen duurzaam en circulair te maken, door onder andere specifieke materialen en constructies te selecteren.  

Verder zijn we aan de slag gegaan met het ontwikkelen van een numerieke Economisch Meest Voordeling Inschrijving (EMVI) op het vlak van vervoer. Deze EMVI is gestoeld op twee pijlers. Enerzijds wordt de opdrachtnemer gestimuleerd om een zo’n duurzaam mogelijk vervoersmiddel te gebruiken, anderzijds om de afstand die benodigd is om materiaal te vervoeren te beperken. Als onderdeel van het aanbestedingsproces zijn de inschrijvers gevraagd om op basis van beide pijlers een prognose te geven van de verwachte EMVI-score, opgebouwd uit volume, afstand en voertuigtype. Op basis van deze prognose is vervolgens via een rekenkundige tool berekend hoeveel fictieve EMVI-korting de betreffende partij krijgt. 

Marktpartijen uitdagen
Het innovatieve aan deze EMVI is tweeledig. Enerzijds doordat partijen uitgedaagd worden om in te spelen op ontwikkelingen binnen de vervoerssector gedurende de looptijd van het project (5 jaar). Dit vraagt lef en daadkracht aangezien nu nog niet bekend is welke trends daadwerkelijk door gaan zetten. Anderzijds doordat een dergelijke numerieke manier van beoordelen nog nauwelijks voet aan de grond heeft gekregen binnen inkoopcontracten en aanbestedingsprocessen. 

De gehanteerde methode van een numerieke EMVI-benadering is erg succesvol gebleken en heeft er tevens toe geleidt dat de gemeente Utrecht voornemens is om dergelijke criteria vaker toe te passen. De geselecteerde opdrachtnemer heeft, zoals beoogd, de opdracht gewonnen op basis van de behaalde EMVI-korting. Niet de partij met de laagste prijs, maar de partij met de beste kwaliteit voor de laagste prijs!

Zoektocht naar innovatie
Om terug te komen op de eerder gestelde vraag; mijns inziens is het gebruik van dergelijke numerieke EMVI-criteria dé manier om aspecten zoals circulariteit en duurzaamheid op een SMART wijze te borgen in projecten. Hoewel dit een zoektocht is die aan de voorkant van het project relatief veel tijd kost, ligt de winst hierin dat met numerieke criteria de uiteindelijke selectie van de opdrachtnemer veel minder tijd in beslag neemt en het selectieproces vele malen objectiever is. Partijen worden niet langer beoordeeld op stukken tekst maar op een rekensom waarvan men moet aantonen die te kunnen behalen.

Eerder gepubliceerd in Cobouw
Door: Pieter-Corné den Braber, Projectconsultant bij Balance – Advies, Projecten, Interim

 
 

AAN HET WOORD: Elise Kuijper

Elise Kuijper werkt sinds februari dit jaar voor Balance. Na zes weken het Career Program te hebben gevolgd, is zij nu actief bij TenneT in het district ‘Duurzaam op Land’. Hierin vervult zij een dubbele functie als projectcoördinator en junior omgevingsmanager.

“Ik heb het Career Program als ontzettend boeiend ervaren. Echt een boost voor mijn carrière. Collega’s van Balance vertelden met veel passie en enthousiasme over hun werkveld. En het programma is zo ingericht dat je direct aan de slag kunt gaan met de aangedragen theorie. Dankzij de opzet van het Career Program heb je daarnaast korte lijntjes naar collega's met veel meer ervaring, omdat je hen tijdens het Career Program al gesproken hebt.

Na het programma ben ik bij TenneT terecht gekomen in het nieuwe district ‘Duurzaam op Land’. Het district is opgericht om door heel Nederland snel nieuwe wind- en zonneparken aan te sluiten op het net. Ik coördineer de projectbeheersing; van planning tot risicomanagement en financiën. En als junior omgevingsmanager focus ik me voornamelijk op de vergunningen. Uitdagingen ga ik aan door in gesprek te gaan met andere districten en mensen die al wat langer bij TenneT werken naar ervaringen te vragen. En verder? Vooral gewoon starten! Door het maar te doen kom je vanzelf de do's and don'ts tegen.”

Het Career Program gaat in januari weer van start. Geïnteresseerd of ken je mensen voor wie dit interessant is? Klik dan hier of stuur de vacature door.

 
 

Wat wél werkt

Succesvolle aanpak in de verduurzaming

Mijn moeder wees mij er als jongetje altijd op het licht uit te doen, de kraan dicht te draaien, plastic en gft niet bij het grofvuil te doen en te denken om het milieu. Als kleine jongen vond ik dit maar lastig en vond ik vooral dat ik een heleboel niet mocht. 

Zij, mijn moeder, hoort bij een generatie die stil streed voor een duurzame wereld. Echter, de drang tot verduurzaming leek voor haar, en velen met haar, lange tijd als roepen in de woestijn. Daarbij werd het onderwerp door de gevestigde orde diep weggestopt in een geitenwollen sok. Toch was wat zij deed van levensbelang voor de transitie waar we ons nu toch eindelijk in bevinden. 

Transities beginnen met pioniers. Mensen die op een andere manier gaan kijken naar de wereld om ons heen, nieuwe visies ontwikkelen, alternatieve oplossingen uitdenken en tegen de gevestigde orde ingaan. Lang vorm deze andersdenkers een onderstroom die slecht zichtbaar is voor de buitenwereld. Transities vinden pas plaats als er voldoende koplopers zijn, die elkaar weten te vinden rond een gezamenlijk verhaal en waarbij veranderingsgezinde regimespelers aansluiten. Maar ook als andersdenkers zelf niet direct de nieuwe Tesla uitvinden, vertellen zij wel een verhaal en dragen zo een belangrijke steen bij aan een verandering van het maatschappelijk landschap. 

"Echte transitie vertrekt vanuit revolutie en met schokken" – Prof. Dr. Derk Loorbach, op het congres ‘denk circulair, doe circulair’, Zwolle november 2017

Uiteindelijk vormt er een groep van koplopers. Wanneer deze groep koplopers zich organiseert zouden we van een netwerk kunnen spreken die een gezamenlijke ambitie kan formuleren. Anderen willen zich hierbij aansluiten. Er ontstaat een sneeuwbaleffect. Deze ambitie mondt uit in projecten waar partijen samenwerken aan innovatie en duurzaamheid. Uiteindelijk ontstaan vanuit de verschillende deelnemers en projecten weer nieuwe netwerken die intern en onderling inspireren, delen en verbinden. Zo groeit de sneeuwbal. 

Benieuwd naar succesvoorbeelden? De provincie Overijssel gelooft in de aanpak en zet in op een netwerk van waardemakers, koplopers die duurzame waarde willen creëren. Het succes van deze waardemakers-aanpak wordt bevestigd door de enorme belangstelling vanuit het bedrijfsleven, overheden en academie, en de projecten die daaruit voortvloeien.

Door: Jorian Bakker, projectconsultant bij Balance – Advies, Projecten, Interim

 
 

Energietransitie: moeten we het wel samen doen?

“We moeten het samen doen!” hoor ik steeds vaker om mij heen. Een mooi uitgangspunt waarmee iedereen wordt aangesproken op zijn of haar verantwoordelijkheid in de energietransitie. Echter, het is de vraag of het woord “samen” hier op de hele maatschappij slaat, of op een deel van de maatschappij. Als we het samen moeten doen, ligt de verantwoordelijkheid dan ook bij iedereen? Wie kan er dan worden aangesproken op zijn of haar gedrag? En als iedereen medeverantwoordelijk is, wordt deze verantwoordelijkheid dan ook ervaren door de mensen?

Er is een leuk onderzoek gepubliceerd bij onze oosterburen, met de titel: Global warming’s five Germanys. In de Verenigde Staten, Australië en India zijn al eerder vergelijkbare onderzoeken gedaan naar de verschillende attitudes die bestaan tegenover klimaatverandering. Gezien de vele overeenkomsten tussen Duitsland en Nederland is dit onderzoek ook voor ons interessant om te bezien wat wij kunnen leren. Hoe denken mensen over klimaatverandering in Duitsland, en waarschijnlijk dus ook in Nederland? Er wordt op basis van een survey onderscheid gemaakt tussen 5 houdingen: Alarmed, Concerned Activists, Cautious, Disengaged en Doubtful. In elk van deze houdingen wordt anders aangekeken tegen klimaatverandering, en opvallend genoeg wordt binnen deze groepen op een uiteenlopende manier informatie vergaard. 

De Alarmed zijn het meest bezorgd over de nadelige effecten van klimaatverandering. Zij zijn bereid om afstand te doen van lange vluchten en hun auto zo veel mogelijk te laten staan.
De Concerned Activists zijn ook bezorgd over klimaatverandering en vertalen deze bezorgdheid om in actie. Zij zijn relatief veel politiek actief en maken gebruik van alternatieve energievormen.
De Cautious zijn de grootste groep. Zij zijn bezorgd over klimaatverandering maar minder dan de Alarmed en de Concerned Activists. Zij onthouden zich niet van lange vluchten en laten ook de auto niet bewust vaker staan. Deze groep bevestigt dat ondanks hun erkenning over het bestaan van klimaatverandering, dit voor hun niet leidt tot directe acties.
De Disengaged lijken op de Cautious maar zijn resoluter in het gebruik van vluchten en de auto. Ook deze groep ontkent klimaatverandering niet. Voor deze groep is het weinig waarschijnlijk dat zij actie ondernemen om klimaatverandering tegen te gaan.
De Doubtful is de kleinste groep, ongeveer 10% van de populatie. Deze groep is niet bezorgd over klimaatverandering en twijfelt aan het bestaan ervan. 

 

 

 

 

 

 


Uit de vergelijking van de attitudes blijkt dat een groot deel, wel 30%, een zeer passieve houding heeft tegenover klimaatverandering. Daarnaast is er een groep van 28% die zich wel zorgen maakt om klimaatverandering maar dit niet omzet tot actie. En blijft er 42% over die de bezorgdheid omtrent klimaatverandering wel probeert om te zetten in actie.
Om de energietransitie een succes te maken is samenwerking tussen verschillende bedrijven, overheden, organisaties en individuen nodig. Het is daarom belangrijk om te weten welke houding betrokken partijen hebben ten aanzien van klimaatverandering en hoe dit de samenwerking beïnvloedt. Staan de partijen actief of passief tegenover klimaatverandering? Welke denkrichtingen zijn er in eigen project of omgeving? En hoe kunnen we gegeven deze denkrichtingen toch een project gezamenlijk succesvol maken? 

We moeten de energietransitie samen verwezenlijken én om het samen te kunnen doen moeten we elkaar begrijpen. Het onderzoek toont onomstotelijk aan dat wij verschillend staan ten aanzien van klimaatverandering, en verschillend ten aanzien van bepaalde projecten. In het procesmanagement is het belangrijk om aandacht te hebben voor deze uiteenlopende perspectieven. De samenwerkende partijen moeten inzicht in elkaars perspectieven hebben, voordat met volgende stappen als businesscases en financiering begonnen kan worden. Deze verschillende perspectieven hoeven geen blokkade te vormen, maar vragen wel extra inspanning om tot gezamenlijke actie te komen. 

Eerder gepubliceerd in Cobouw
Door: Frans de Heij, Projectconsultant bij Balance  Advies, Projecten, Interim

 
 

Zorg dat burgers wat kunnen dóén aan duurzaamheid

Lessen uit het Warmtecongres 2017. ‘Communicatie naar de burgers is héél belangrijk, want ze zien de noodzaak niet!’ Dat lijkt de rode lijn van de dag. Mij bekruipt het gevoel dat de burgers straks de schuld krijgen als Nederland in 2050 nog niet van het gas af is. En dat is niet terecht. Het is urgent, maar de burger kan nog weinig. Hieronder volgt een greep uit de verschillende presentaties.

Alle energiewetten gaan op de schop
De opgave is complex. ‘Alle energiewetten gaan op de schop’, aldus Sandor Gaastra, directeur-generaal van Energie. Dat is een lang traject, de liberalisering duurde ook vele jaren. De vandaag ingestelde driekoppige Raad van Repliek vat hun zorgen samen: Hoe zit het met de betaalbaarheid van de oplossingen? Hoe moeten we alle bestaande woonwijken aansluiten? Wat wordt hét alternatief voor aardgas?

Ontwikkel een handelingsperspectief
Gelukkig hoor ik ook oplossingen: ‘Ontwikkel een handelingsperspectief’, dan pas kunnen burgers daadwerkelijk iets doen, zegt David Peters, directeur strategie van Stedin. Maar hoe ver staat het met dat handelingsperspectief van de burger? Wat kan er nu al? Nieuwe wijken worden al her en der zonder aardgasaansluiting gebouwd. Gemeenten kiezen daar gewoon voor. Het biedt burgers een bescheiden handelingsruimte: je gaat er wel of niet wonen. De weg naar een aardgasvrije nieuwbouwwijk kent echter nog een aantal hardnekkige hobbels. De regels zijn nog niet op orde en dat leidt tot behoudende gemeentelijk besluitvorming.

Bestaande regels leiden tot behoudende gemeentelijke besluitvorming
Een andere hobbel is het bouwen zelf. ‘De hiërarchische bouwkolom van architect naar aannemer naar installateur is hopeloos verouderd’, vindt Doekle Terpstra, voorzitter van Uneto-VNI. De installateur moet al in de ontwerpfase aan tafel zitten. Met zijn kennis van de nieuwe installaties, bouw en onderhoud zijn de duurzaamheidsdoelstellingen sneller te bereiken.

Bouwkolom is hopeloos verouderd
Het wordt complex als de bestaande bouw aan de beurt is. Van bewust stoken en isoleren zijn de burgers wel op de hoogte. Maar ook hier is de drempel tot handelen nog te hoog. Het kost gewoonweg geld en dat kun je terugverdienen met lagere stookkosten en misschien een tevreden duurzaamheidsgevoel. Hetzelfde geldt misschien nog voor zonnepanelen, maar warmtepompen zijn al onbegrijpelijke apparaten.

Bestaande maatregelen kennen ook drempels
Als een burger aardgas wil vervangen zijn andere energiebronnen noodzakelijk. En die zijn nog niet ontsloten. Daarvoor moeten regels op de schop, moet er gerekend worden aan warmtebalansen en financiële modellen, moet infrastructuur worden aangepast en ga zo maar door.

Duurzame energie wordt een lappendeken van energiebronnen, infrastructuren en regelgeving
Het moet regionaal worden aangepakt, want de lokale netwerken in de straat zijn te klein en landelijk uitrollen is ook niet aan de orde. Ik voorspel een lappendeken van energiebronnen, infrastructuren en regelgeving. Voor deze complexiteit zijn overheden en instanties aan zet en dat kost tijd. Het kweken van ‘een gevoel van urgentie bij de burger’ zal dus weinig soelaas bieden.

Burger kan nog niet veel, maar moet wel voorbereid zijn
Ondanks de hoge urgentie kan de burger nu nog niet veel doen. Daarom is het wel verstandig om hem te informeren en waar mogelijk te betrekken, zodat hij mee kan denken en beter voorbereid is op zijn keuzes. En een repertoire heeft zodra hij kan handelen.

Door: Dieter de Vroomen, consultant Asset management bij Balance – advies, projecten, interim

 
 

[AboutAuthor]

DEEL DEZE PAGINA