Balance Blog

De ontwikkelingen in uw sector door de ogen van onze experts

Geïntegreerde contracten vanuit OG-perspectief: ‘We kunnen zoveel beter…’

Enkele maanden geleden hebben Roy Ter Welle en Hessel Rood in de Cobouw hun licht laten schijnen over de worsteling van opdrachtnemers met kwaliteitsborging en de toepassing van systems engineering bij geïntegreerde contracten (“De worsteling met kwaliteitsborging en systems engineering op geïntegreerde contracten”). Ook opdrachtgevers worstelen nog steeds, maar dan op een aantal andere vlakken.

De klacht dat geïntegreerde contracten zorgen voor ‘papieren tijgers’ tijdens de uitvoering is al bijna net zo oud als de UAV-gc zelf. Die klacht lijkt een terugkerend fenomeen in projecten. Ook de voorbeelden van projecten die op teleurstellingen zijn uitgelopen bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers zijn legio. Waarom is dit zo en wat gaat er mis? Dat geïntegreerde contractvormen niet het ‘ei van Columbus’ zijn moge duidelijk zijn, maar het is wel een contractvorm die zeer goed bruikbaar en werkbaar is in diverse type projecten. Dit hoeven zeker niet alleen hele grote of complexe projecten te zijn. UAV-gc is ook goed toepasbaar bij eenvoudigere en kleine projecten.

In onze praktijk zien wij verschillende terugkerende oorzaken waarbij het probleem én de sleutel om het op te lossen bij de opdrachtgever ligt. In dit artikel benoemen we drie oorzaken. In een reeks van drie artikelen wordt elke oorzaak nader beschouwd en geven we concrete tips aan opdrachtgevers.

1. Proportioneel vs. beheersbaar

Een van de oorzaken is dat het lastig is voor opdrachtgevers om contracten op te stellen die proportioneel zijn voor de opdrachtnemer en beheersbaar voor de opdrachtgever. De papieren tijger die ontstaat na gunning is al ruim voor die tijd verwekt tijdens de contractvoorbereiding. Opdrachtnemers raken gefrustreerd van de hoeveelheid papier dat moet worden geproduceerd. Eisen moeten immers allemaal worden aangetoond en gevraagde documenten moeten allemaal worden geproduceerd. In de praktijk raken zowel opdrachtgever als opdrachtnemer verstrikt in een papieren web waarbij het projectdoel allang niet meer centraal staat. UAV-gc is geen ‘papieren tijger’, dat maken opdrachtgevers ervan! En dat kan zeker anders…..

2. Helder én logisch

Een volgend punt is dat contracten inhoudelijk lang niet altijd helder of logisch zijn. Dat een contract een consistente lijn dient te bevatten van een abstract projectdoel naar een set aan uitgewerkte proces- en producteisen zal vermoedelijk niemand tegenspreken. Toch is deze logische lijn wat geregeld ontbreekt of waarvan niet duidelijk is dat deze bestaat. Daarbij worden contracten dan ook nog volgestopt met een stapel bijlagen waarvan de status niet duidelijk is beschreven. Hoe dient een opdrachtnemer te weten dat die ene bijlage tot op de letter opgevolgd moest worden en die andere losjes geïnterpreteerd mag worden? Hoe weet de opdrachtnemer dat de opdrachtgever projectdoelen heeft die niet in een contract staan verwoord? Een helder en logisch contract helpt zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer.  

3. Vertrouwen

Tot slot constateren wij geregeld dat er door opdrachtgevers met een ongezond wantrouwen richting opdrachtnemers wordt gestart met een project. Er is een gezellige project startup geweest maar van écht vertrouwen is geen sprake. Dit kan in een project grote gevolgen hebben. Door het wantrouwen deelt de opdrachtgever niet zijn zorgen met de opdrachtnemer en vice versa. Terwijl van diezelfde opdrachtnemer wel wordt verwacht dat deze de opdrachtgever volledig ‘ontzorgt’. De opdrachtnemer maakt vervolgens niet waar wat de opdrachtgever had verwacht en de opdrachtgever voelt zich daardoor weer gesterkt in zijn wantrouwen.  Een vicieuze cirkel is ontstaan. Een paar simpele samenwerkingsprincipes kunnen er voor zorgen dat men elkaar beter begrijpt en dat komt de samenwerking en het projectdoel enorm ten goede!

Hoe nu verder?

Het toepassen van geïntegreerde contractvormen moet niet worden gezien als een trucje. Het vergt een andere denkwijze van en de juiste voorbereiding door opdrachtgevers. Graag nemen we jullie mee in deze reeks van artikelen om met duidelijke en concrete tips een positieve verandering in te zetten!

Eerder gepubliceerd in Cobouw

Door: Dennis de Raat & Jeroen Mathyssen, consultants contractmanagement bij Balance – Advies, Projecten, Interim 

 
 

Onbetaalbaar duurzaam, hoezo groei van het besteedbaar inkomen!

Het draagvlak voor de energietransitie zal de komende jaren onder druk komen te staan. De oorzaak: we spreken te weinig open en eerlijk over de financiële gevolgen van de verduurzaming.

De energietransitie gaat Nederland circa 2-3 miljard euro per jaar kosten (PBL/ECN, 2018). Dit heeft direct gevolgen voor het besteedbaar inkomen van Nederlanders. De rekening van gas zal flink kunnen stijgen met als gevolg dat het besteedbaar inkomen van de lagere en middeninkomens het meest onder druk zal komen te staan. De armste 10% gaat dan 16% van hun besteedbaar inkomen uitgeven aan de Klimaatrekening.

Op dit moment worden een aantal grote thema’s aangepakt waaronder aardgasvrij, extra opwekken van duurzame energie en het verbeteren van de bestaande woningvoorraad. Bij deze thema’s ontstaan een aantal perverse prikkels:

1. De versnelling om tot aardgasvrije wijken te komen geeft een stimulans te beginnen met de relatief makkelijk/betaalbaar te verduurzamen woningen. Het daarmee achteruitschuiven van doelgroepen met lage/middeninkomens maakt het in de toekomst lastiger, omdat door de stijgende energieprijzen de financiële draagkracht dan nog verder zal zijn uitgehold.

2. Een warmtenet is een redder met risico’s. Voor gemeenten en corporaties is het zaak met werkelijk energieverbruik te rekenen, want voor mensen met een smalle/modale portemonnee betekent het warmtenet vaak een verhoging in hun maandelijkse kosten.

3. De meeste subsidies en belastingvoordelen bereiken niet het gewenste duurzame effect en ook spekken ze de portemonnee van burgers/bedrijven die de duurzame investering toch al konden betalen of van plan waren.


Wat dan wel:

Helder presenteren van de ontwikkelingen en mogelijkheden in eenvoudige kleine stappen levert het meeste op. Kijk integraal en niet enkel naar je eigen opgave. Uiteindelijk kom je met een helder en eerlijk verhaal het verst.

Ik begrijp dat er nu vooral pilots worden opgezet en geëxperimenteerd wordt met verschillende oplossingen. Ik vraag me alleen af of een opgave die vele mate groter is dan de Deltawerken wel zo decentraal opgepakt kan worden met verschillen in kwaliteit, prijs en uitvoerbaarheid tot gevolg. Wat de werkwijze ook mag worden, aandacht voor stappen die te volgen en te betalen zijn voor alle doelgroepen is een randvoorwaarde voor het succes van deze energietransitie.

Door: Sven Ringelberg, Business Consultant bij Balance – Advies, Projecten, Interim
www.balance.nl 

 
 

Praten over risico’s... Helpt dat?

Praat men in uw organisatie ook zo graag over risico’s binnen een project? Laat staan over hoe deze beheerst kunnen worden. Daar was ik al bang voor… En als u dan over risico’s praat, met hoeveel enthousiasme gebeurt dat? Meestal is het een “moetje”. Of doet uw organisatie dat al veel beter en ziet men zelfs de toegevoegde waarde van goed risicomanagement in?

Kansen vs. risico’s

Praten over kansen binnen uw organisatie, projectteam of met uw opdrachtgever, dat lukt meestal nog wel. Maar bij het praten over risico’s gebruikt men graag de struisvogelaanpak; ‘als we het er niet over hebben, dan is het er ook vast niet’. Helaas voor u houdt de media toch wel iedereen op de hoogte. Hierdoor is een risico of falend project echt niet iets wat enkel de concurrent kan overkomen. Bent u nog steeds van mening dat wie het langst zijn risico’s verborgen houdt uiteindelijk wint? Waarom zouden we met elkaar praten over risico’s?

Niet praten…

Het niet praten over risico’s kan een project in gevaar brengen en dat is toch wel het laatste wat we willen. Denk aan te hoge kosten, onrealistische planningen of risico’s die niet te beheersen zijn. Die zijn niet altijd weg te managen! Risicomanagement tools doen wat ze moeten doen, een overzicht bijhouden van de belangrijkst risico’s en kansen. Maar er dan ook nog eens inhoudelijk over doorpraten met de gewenste diepgang en het zoeken naar causale verbanden is een volgende stap die niet altijd genomen wordt.


Ook deze verdieping kan een vertekend beeld opleveren wanneer in de discussie rondom risico’s en kansen de dominante stemmen zich laten horen. Dit betreft meestal de bestuurders en commerciële projectdirecteuren die de visie en opvattingen van de inhoudelijke experts niet op waarde weten te schatten. Hierdoor wordt een goede risicobeheersing en kansenstimulatie niet voldoende gefaciliteerd. In plaats van een risicoanalyse- en beheersing gebaseerd op feiten en ervaring voeren gevoelens of politiek-bestuurlijke voorkeuren de boventoon. En dat kost vaak tijd, geld, frustratie, imagoschade en gedoe achteraf.

In gesprek met elkaar

Wanneer u samen praat over risico’s en uiteraard ook kansen, maakt dit mensen een stuk bewuster. Daaropvolgend zullen zij alerter reageren en risico-beheersmaatregelen veel beter afstemmen met anderen. Dit maakt de risicobeheersing zowel efficiënter als effectiever en draagt sterk bij tot het uiteindelijke succes van het project en de uitvoering.
Daarnaast draagt een goede gezamenlijke inventarisatie door alle betrokkenen sterk bij aan een beter risicomanagement. Zorg er voor dat dit gedaan wordt in een taal die iedereen persoonlijk aanspreekt en doe het met betrokkenen die bereid zijn informatie open en eerlijk te delen. Het is het geheim voor succesvollere projecten en wetenschappelijk bewezen door Dr. Karel de Bakker in zijn promotie onderzoek; ‘Dialogue on Risk’.

Goed risicomanagement

Goed risicomanagement gaat over het delen van elkaars gedachten over risico’s en kansen, er vervolgens met elkaar over praten en deze vertalen naar beheersmaatregelen en het effect daarvan. Zit dat al ingebakken in de cultuur van uw organisatie en het gedrag van u en uw medewerkers? Er is uiteraard tooling beschikbaar die er specifiek op ingericht is om de discussie en het gesprek over risico’s te stimuleren. Communicatief risicomanagement is de sleutel tot succes. En echt niet alleen in projecten. Praten over risico’s helpt ...!

Door: Marco Buijnsters, Business consultant, trainer, coach en auditor projectmanagement bij Balance – Advies, Projecten, Interim & Harry Steenwijk, Business consultant communicatief risicomanagement bij RiskChallenger.

www.riskchallenger.nl 

 
 

Aannemerloos bouwen?

De Griekse dichter en zoon van een slaaf Aesopos schreef rond 600 voor christus een fabel over de kip met de gouden eieren. Die gaat ongeveer zo. Op een dag begint de lievelingskip van een arme boer gouden eieren te leggen. Eerst is de boer vol verbazing en vreugde. Maar naar verloop van tijd nemen hebzucht en ongeduld de overhand. Uiteindelijk besluit de boer de kip open te snijden op zoek naar meer gouden eieren. Natuurlijk vindt de boer ze niet. En nu zal de kip ze ook nooit meer leggen. Op kinderlijke wijze illustreert Aesopos zo hoe rijkdom, hebzucht en ongeduld kunnen aanwakkeren en daarmee uiteindelijk de bron van het oorspronkelijk succes ondermijnen.

De fabel is in de moderne tijd niet minder relevant. Hele economieën worden gedreven om zoveel mogelijk gouden eieren te produceren. De vraag daarbij is hoe je de kip, in dit geval de samenleving, het best moet verzorgen. Ook in Nederland zijn we op zoek naar manieren om gouden eieren te produceren, hoe we innovaties kunnen realiseren. Zo hebben we ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen geformuleerd; we willen van het gas af, klimaatneutraal worden en een circulaire economie bereiken.

"Meer dan 10.000 woningen per maand."

Als we kijken naar de gebouwde omgeving ligt daar een grote uitdaging. Meer dan 10.000 woningen verduurzamen per maand. Dat is het tempo waarin we onze woningvoorraad in Nederland zouden moeten verduurzamen, als we de doelstellingen willen behalen om in 2050 aardgasloos te zijn. Een flink gouden ei. Om in 2050 aardgasloos te zijn ligt er zowel bij opdrachtgevende partijen als opdrachtnemende partijen een grote innovatie-ambitie. Nederland moet verduurzamen, maar de mate waarin dat gebeurt lijkt nog onvoldoende. Traditioneel gezien loopt de relatie van de opdrachtgever (ontwikkelaars, woningcorporaties, overheden) met de producent (bouwers, productinnovators) via de aannemer. Vernieuwingen vanuit de producent, de gouden eieren, zullen via de aannemer hun weg moeten vinden naar de opdrachtgever. Het gaat dus om een wisselwerking tussen opdrachtgever, aannemer en producent.

"Opdrachtgever <> aannemer <> producent"

De aannemer heeft doorgaans afspraken met een aantal leveranciers. Door deze afspraken kan de aannemer snel en gemakkelijk leveren, maar zijn er ook per definitie dubbele belangen in het spel; de aannemer wil natuurlijk een zo goed mogelijk resultaat opleveren voor de opdrachtgever én gebruikmaken van de afspraken met zijn leveranciers. Ondanks alle goede bedoelingen, worden daarmee de andere leveranciers, met misschien wel duurzame en innovatieve ideeën, buiten beschouwing gelaten. En dat is zonde. Zo wordt er niet maximaal gebruik gemaakt van wat de markt te bieden heeft. Een gemiste kans, want er zijn genoeg gouden eieren!

Figuur 1 - opdrachtgevers en de gouden eieren vinden elkaar nog maar moeilijk


Natuurlijk wil de opdrachtgever het beste resultaat voor de behoefte die hij heeft. Hij zou daarvoor in theorie echter volledig overzicht moeten hebben op de markt. De huidige relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer lijkt te kort te schieten. Om de opdrachtgever het beste resultaat te bieden en om de markt maximaal uit de dagen met gouden eieren te komen, wordt een andere rol gevraagd van alle partijen. We willen toe naar een systeem dat meer inevenwicht is. Een systeem waarin de kip het best verzorgd wordt. Om dat te bereiken is het van belang met een integrale blik naar een vraagstuk te kijken en de bouwketen op een andere manier te organiseren.


De uitdaging is om van het 'oude' opdrachtgevers-opdrachtnemersmodel af te stappen waarin innovatie geremd wordt, en te groeien naar een model waarin innovatie geborgd is. Met oog voor de bredere opgave; toekomstbestendigheid, ketendenken, ander gebruik van materialen, duurzaam ruimtegebruik, slimme en duurzame mobiliteit, klimaatadaptief en natuurinclusief. We zullen naar een model toe moeten waarin de kip gouden eieren wil leggen. Wellicht moeten we in een vroeger stadium met de hele keten aan tafel gaan, samen ontwerpen, 'co-creëren', meer met bouwteams werken. Of misschien moeten we wel een geheel nieuw model ontwikkelen.

Kortom, het gaat om een andere coördinerende rol in de bouwketen. Daarmee gaat ‘aannemerloos bouwen’ over het loslaten van de klassieke aannemersrol en niet zozeer over het einde van de aannemer.

Door: Jorian Bakker, projectconsultant bij Balance - Advies, Projecten, Interim.

 
 

De padafhankelijkheid van de energiesector

Schommelingen in het klimaat zijn niet vreemd, maar langzaamaan krijgt onze planeet extremere vormen te verduren. Wij verbranden veel fossiele brandstoffen en dit valt te merken aan onze ecosystemen. De gevolgen van de milieuproblemen worden steeds beter zichtbaar: meer CO2 uitstoot en stijging van de zeespiegel zijn slechts enkele voorbeelden.

De consequenties zijn bekend: over vijftig jaar is onze planeet (vrijwel) ontdaan van fossiele energiebronnen. De transitie van fossiele energie naar duurzame energie gaat traag en wordt mede veroorzaakt door de padafhankelijkheid van de energiesector, oftewel een ingeslagen weg waarvan het vooralsnog onmogelijk is om van af te wijken. Alternatieve opties zijn aanwezig, maar de daadkracht om de overstap te wagen ontbreekt. De energietransitie vormt namelijk geen urgent issue in de publieke opinie en dat is zorgelijk!

Ingekapselde bron

De milieuproblemen vallen te wijten aan onze manier van produceren en consumptiepatronen. Fossiele brandstoffen zijn als het ware ingekapseld in onze samenleving door het te beschouwen als middel om te overleven. De brandstoffen worden veelvuldig verbrandt, ongeacht onze kennis over de effecten die dit meebrengt. Industriële economieën bestaan op fossiele energiebronnen door een padafhankelijk proces, waarin alternatieve duurzame technologieën niet de kern vormen voor het succes en de winst van organisaties.

Waarom gaan de alarmbellen niet rinkelen als de situatie écht zo ernstig is gesteld? Waarom gaan wij niet over op duurzame energiebronnen? Dit heeft te maken met de verhoging van het rendement op fossiele brandstoffen. Wanneer vaker voor een bepaalde technologie wordt gekozen, zal de winstgevendheid van deze technologie stijgen en de kostprijs door toepassing in de praktijk dalen. Het overgaan op duurzame brandstoffen is duur en daarom onaantrekkelijk door de hoge kosten die dit met zich meebrengt. Bij fossiele brandstoffen geldt het tegendeel. Duurzame energie kan op dit moment niet voldoen aan de lage kostprijs van energie en de verzekering van energielevering geproduceerd door kolencentrales die 24-uur per dag kunnen draaien. De commitment aan duurzame bronnen wordt beperkt door de angst die bestaat onder de energieleveranciers om eigen investeringen te verliezen.

Vicieuze cirkel

Het bestaan van een continue stroom van fossiele brandstoffen die verbruikt worden door de energiesector en schadelijke stoffen (CO2) als output tot gevolg heeft, leidt tot een vicieuze cirkel. Een belangrijk onderdeel die bijdraagt aan deze cirkel, maar ook een breuk kan veroorzaken, is de politieke besluitvorming. Het klimaatprobleem is grensoverschrijdend en daarom is het maken van afspraken in de politiek een stuk ingewikkelder. De politiek wordt beperkt in haar bewegingsruimte voor het ontwikkelen van wet- en regelgeving die geïmplementeerd kunnen worden. Organisaties vallen niet te forceren om duurzamer te worden, omdat het verdienmodel gebaseerd is op fossiele energiebronnen. Aan de ene kant willen politici graag verduurzamen, maar aan de andere kant willen ze de economie ook geen schade toebrengen of organisaties door streng ingrijpen verliezen aan het buitenland.

De milieuproblemen vragen om het creëren van urgentie op elk niveau van de samenleving, maar bovenstaande situaties zorgen niet voor de impuls die hard nodig is. Waar de samenleving gezamenlijk zorgt voor de milieuproblemen, vormen zij uiteindelijk ook de kern in het spel tussen de politiek en het bedrijfsleven: de mens zal massaal over moeten stappen op duurzame energie. Wanneer dit gebeurt, zal het politieke draagvlak voor het accepteren van de fossiele brandstoffen afnemen of zelfs volledig verdwijnen. Willen we afwijken van het ingeslagen pad, dan moet gestopt worden met het erkennen van fossiele energie als bron om te overleven. Wij moeten geen weerstand creëren rond duurzame energie, maar juist nu de sprong in het diepe durven te nemen.

Eerder gepubliceerd in Cobouw.

Door: Mieke Metz, projectconsultant bij Balance – Advies, Projecten, Interim

 

 
 

[AboutAuthor]

DEEL DEZE PAGINA