SDE+ regeling in 2018

" Een hoger basisbedrag kiezen betekent meer subsidie maar ook een hogere kans op afwijzing en vice versa "

De SDE+ was voor de jaarwisseling al een regeling die wat complexer was dan gemiddeld en daar is in het nieuwe jaar nog een schepje bovenop gedaan. Naast toegenomen complexiteit is er in 2018 ook veruit minder subsidie te verkrijgen. Onderstaand leggen we uit wat er precies gewijzigd is en wat de consequenties zijn voor de business case van een zonneproject.

Hoe werkt SDE+?

Voor degenen die een opfrisbeurt nodig hebben: de SDE+ is een subsidieregeling voor duurzame energieopwekking. Aanvragers krijgen een bepaald bedrag aan subsidie voor iedere kWh (kilowattuur) aan groene energie die zij opwekken. Hoe hoog het subsidiebedrag precies is hangt af van de aanvragers zelf. Aanvragers moeten namelijk inschrijven met een zogenaamd basisbedrag, dat weergeeft tegen welke prijs de aanvrager groene energie op kan wekken. 

De subsidie bestaat vervolgens uit het verschil tussen dit basisbedrag en het correctiebedrag; dat de prijs van grijze energie weergeeft. 

De selectie van projecten gebeurt volgens de principes van een bloemenveiling, waarbij de goedkoopste projecten steeds voorrang hebben, net zolang totdat de subsidiepot leeg is. Hierdoor is er voor de aanvrager altijd sprake van een belangrijke afweging. Een hoger basisbedrag kiezen betekent meer subsidie, maar ook een hogere kans op afwijzing en vice versa. 

Wijzigingen in 2018

In voorgaande jaren was een SDE+ project bijna altijd een stuk lucratiever als de aanvrager het grootste deel van de opgewekte energie direct zelf kon gebruiken. Hierdoor werd een hoog energieverbruik onbedoeld aangemoedigd, wat niet in lijn ligt met de rest van het klimaatbeleid; dat juist energiezuinigheid wil stimuleren. Minister Wiebes poogt met de gewijzigde regeling in 2018 deze negatieve prikkel te corrigeren.

De belangrijkste wijziging voor de SDE+ in 2018 is dat er verschillende correctiebedragen en basisenergieprijzen voor netlevering en niet-netlevering zullen worden gehanteerd. Daarnaast wordt er voor deze bedragen nu ook onderscheid gemaakt tussen grote (>1MW) en kleinere (<1MW) installaties. Andere opmerkelijke verschillen:

  • Bij dezelfde kostprijs is er minder subsidie beschikbaar dan in voorgaande jaren, aangezien de correctiebedragen over de gehele linie hoger liggen.
  • Het terug leveren van energie levert meer subsidie op dan eigen gebruik. Dit geldt voor zowel grote als kleine installaties.
  • Ook voor de basis energieprijs geldt dat die voor netlevering hoger is dan voor niet-netlevering.  

De voorlopige correctiebedragen van 2018 zijn: 

Hierdoor lijkt  in eerste instantie dat het nu lucratiever is om op het net te leveren dan energie zelf te verbruiken, maar daarbij zijn andere opbrengsten buiten beschouwing gelaten.  Een volledige berekening van de businesscase moet namelijk ook rekening houden met de besparing van energie die niet hoeft te worden ingekocht (eigen verbruik) en met de terugleverprijs voor energie die aan het net wordt geleverd (netlevering). Dit betekent dat het nog steeds lonender kan zijn om opgewekte energie zelf te verbruiken, zoals in het onderstaande voorbeeld bij een basisbedrag van 10ct/kWh:

Discussie

De zonnesector, onder leiding van HollandSolar, is duidelijk geschokt door de wijzigingen. De angst is dat door deze aanpassingen een groot deel van de zonneprojecten niet meer rendabel gerealiseerd kan worden. De sector heeft daarom de noodklok geluid in brieven die verstuurd werden naar leden van de Tweede Kamer, waarop een spoedberaad met minister Wiebes volgde.

Hoewel de zonnesector zich in dit beraad gehoord voelde en stelde dat er gekeken wordt naar de mogelijkheid van een compromis, heeft minister Wiebes inmiddels aan de kamer laten weten geenszins van plan te zijn de wijzigingen terug te draaien. In een schriftelijk overleg van 16 januari jl. stelt hij:

“Met de aangekondigde wijziging voor zon-pv wordt energie die aan het net wordt geleverd, anders dan voorheen het geval was, op dezelfde manier gestimuleerd als energie die niet aan het net wordt geleverd. (…) Projecten met meer netlevering worden hierdoor niet bevoordeeld ten opzichte van projecten die een groter deel van de geproduceerde energie zelf gebruiken. Ik zal de gevolgen van de ingevoerde wijzigingen monitoren. Vooralsnog zie ik geen aanleiding voor een onderzoek. Deze wijziging is doorgevoerd naar aanleiding van het advies voor de SDE+ in 2018 door ECN en DVN-GL en de markt is erover geconsulteerd. ” – minister Wiebes

Toegenomen complexiteit

Of de zonnesector nu gelijk heeft of minister Wiebes, feit blijft dat de SDE+ regeling een stuk complexer is geworden. Het aantal variabelen is toegenomen en ook de onzekerheidsfactor, aangezien een juiste inschatting van de gelijktijdigheid (het aandeel opgewekte energie die direct zelf kan worden verbruikt) nog essentiëler is geworden.

Omdat ook het berekenen van een businesscase door alle wijzigingen extra gecompliceerd is geworden, hebben wij een online tool ontwikkeld die het doorrekenen van een zonneproject eenvoudig maakt: SDEtool.nl. De tool stelt gebruikers in staat om de ROI en terugverdientijd van een zonproject te berekenen met slechts één druk op de knop.  

Via dezelfde website is ook een uitgebreidere spreadsheet (Excel) beschikbaar die potentiële aanvragers in staat stelt om verschillende scenario’s door te rekenen met meer geavanceerde metrics, zoals de NCW (netto contante waarde) en IRR (internal rate of return). 

 

DEEL DEZE PAGINA