Actueel

Het laatste nieuws van Balance

Terugblik: een jaar TASK-Balance4SAA

In gesprek met programmadirecteur en grondlegger van het dienend opdrachtgeverschap, Hans Ruijter van Rijkswaterstaat. In mei 2017 is de combinatie TASK-Balance4SAA gestart met het productcontract Verkeersmanagement en Ondersteuning Omgevingsmanagement (VOO) bij Schiphol-Amsterdam-Almere (SAA) van Rijkswaterstaat. TASK en Balance werken, samen met onderaannemers ManEngenius en Voort, hard aan deze opdracht binnen het complexe en omvangrijke programma SAA. Een goed moment om het eerste jaar van de samenwerking eens te evalueren. We gingen langs bij Hans Ruijter, meer dan dertig jaar ervaring bij Rijkswaterstaat, grondlegger van het begrip Dienend Opdrachtgeverschap, maar vooral Programmadirecteur SAA bij Rijkswaterstaat. We stelden hem de vraag: Hoe gaat het nu met het productcontract Verkeersmanagement en Ondersteuning Omgevingsmanagement (VOO) bij SAA?

“Hartstikke goed, dat kan ik nu wel met zekerheid stellen”, antwoordt Hans ferm op mijn vraag hoe hij de samenwerking het eerste jaar ervaart. Hij legt aan mij uit dat het in de beginfase wel even wennen was voor iedereen, voor hen als opdrachtgever, voor ons als bedrijven en voor de medewerkers van SAA in het bijzonder: “Dezelfde medewerkers die hier eerst met een inhuurcontract zaten, zitten hier nu via TASK-Balance onder een andere contractvorm. Dat roept allerlei vragen op waar je van tevoren misschien niet bij stil had gestaan. Een deel van de medewerkers had het gevoel ‘voor mij verandert er helemaal niks, ik werkte bij SAA en ik blijf werken bij SAA’, maar er waren ook medewerkers die hadden het gevoel ‘het is nu een andere contractvorm, dus alles is anders’. Het was voor iedereen gewoon een beetje zoeken en dat is de eerste periode ook helemaal niet raar”. Hans vervolgt dat er behoefte was aan één centraal aanspreekpunt. “Op een gegeven moment hebben we Josselien Leenhouts aangesteld als projectmanager van het contract, dat heeft veel rust en duidelijkheid gecreëerd voor iedereen. Die behoefte was sterk aanwezig, zowel voor ons als voor jullie. De communicatie verloopt nu een stuk makkelijker.” Josselien is voor TASK-Balance de eindverantwoordelijke voor de inhoud van het werk. Daarnaast is Wiebe Gielen aangesteld als contractmanager, hij zorgt ervoor dat de zakelijke kant ook goed geregeld is.

Inhuur vs productcontract?

Als ik Hans vraag naar de verschillen tussen een inhuur- en een productcontract legt hij uit dat dat voor beide partijen anders is: “Laat ik even beginnen bij ons als opdrachtgever. We kunnen binnen het productcontract niet meer zo makkelijk sturen op de persoon. Wanneer wij Jantje of Pietje voor meer uren op het project willen hebben, is dat niet meer mogelijk. Tegelijkertijd biedt het productcontract veel meer mogelijkheden om op kwaliteit te sturen. Dat vraagt een andere mindset bij ons. Aan jullie kant, die van opdrachtnemer, zijn ook grote verschillen. Een inhuurcontract dat je afsluit voor een langere periode op basis van een vast aantal uren biedt natuurlijk duidelijkheid en helderheid. Je weet precies wat je er aan gaat verdienen. Bij een productcontract is dat toch anders. Het verdienmodel dat je voor ogen hebt moet worden waargemaakt, maar dat mag niet ten koste gaan van de kwaliteit. Want uiteindelijk heeft de klant een product met een bepaalde kwaliteit ingekocht. Op die manier wordt de opdrachtnemer gestimuleerd om innovatief te zijn. Slimmer werken draagt immers bij aan het verdienmodel.”

“Als je er in slaagt om het contract op een goede manier aan te pakken, dan is het een winstmodel zowel voor opdrachtgever als voor opdrachtnemer”

Hans legt mij uit dat de insteek van het contract dat TASK-Balance heeft bij SAA anders is dan een normaal productcontract: “Het is een doelstellingencontract. Wij hebben onze uitvraag op een bepaald abstractie niveau gedefinieerd. Het product dat wordt geleverd zijn geen documenten of een x-aantal overleggen per maand, ik noem maar wat, zoals dat bij een normaal productcontract wel eens wordt uitgevraagd. TASK en Balance zijn in dit contract verantwoordelijk voor het leveren van doelstellingen, zoals een tevreden omgeving, een vlotte en veilige doorstroming van het verkeer en een goede relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Dat zijn de kernpunten waar het ons om gaat.”

Hans vervolgt zijn verhaal over het productcontract en vertelt dat dit op doelstellingenniveau verschillende voordelen heeft voor beide partijen: “Ten eerste bespaar je jezelf en de opdrachtnemer een heleboel administratieve lasten. Als je heel concreet je producten uitvraagt, dan kost het veel werk om te meten of er aan voldaan wordt, dat is natuurlijk zonde van de energie, voor allebei. Het lijkt me voor alle partijen ook leuker om te werken aan een productdoelstellingencontract dan aan een normaal ‘hoeveelheden’ productcontract.  Maar belangrijker dan dat, met een contractvorm op doelstellingenniveau kunnen wij veel beter sturen op kwaliteit. Het biedt ons mogelijkheden om gedurende de rit te blijven bijsturen. Je hebt natuurlijk te maken met een groot, omvangrijk project, een dynamisch project. Door externe omstandigheden kan er van alles gebeuren waardoor het toch net even iets anders loopt dan vooraf gedacht. Daar moet je op kunnen anticiperen en daar leent dit contract zich veel beter voor. Als we een contract met jullie hadden afgesloten dat zo rigide was geweest dat je er niet op had kunnen anticiperen, dan hadden we het niet goed gedaan. Zo hebben we bijvoorbeeld laatst op een van de deelprojecten een versnelling van de werkzaamheden doorgevoerd. Door de toename van het verkeer op de A6, meer dan oorspronkelijk gedacht, kregen we te maken met toenemende filevorming. Daarom was een versnelling van de werkzaamheden nodig. En dan moeten de mensen die bij VOO zitten een tandje bij kunnen schakelen om die versnelling mogelijk te maken. Het contract mag niet de belemmerende factor zijn. Als je er in slaagt om het contract op een goede manier aan te pakken, dan is het een winstmodel voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer. Daar is wel een intensieve samenwerking voor nodig.”

Dienend opdrachtgeverschap

Als je Hans Ruijter interviewt is het natuurlijk zonde om hem geen vraag te stellen over het dienend opdrachtgeverschap. Hij is immers de grondlegger van dit begrip binnen Rijkswaterstaat. Ik vroeg hem hoe het dienend opdrachtgeverschap tot uiting komt in de samenwerking met TASK en Balance. Hans begint met een definitie van de term: “Het betekent dat je je moet kunnen verplaatsen in de positie van de andere partij en dat je moet meedenken vanuit het idee dat je voor beide partijen een beter resultaat kan bereiken.” Hans legt uit dat dit gedachtegoed zéker tot uiting komt in deze samenwerking: “Een contract op doelstellingenniveau formuleren… dat gaat niet vanzelf goed. Daarvoor moet je met elkaar aan tafel blijven zitten en nadrukkelijk de samenwerking opzoeken. Een productcontract betekent niet dat je een product definieert net zoals bij de aankoop van bijvoorbeeld een auto en dat je vervolgens de auto geleverd krijgt en klaar. Zoals ik net al zei, je moet continu sturen en bijsturen als het gaat om kwaliteit. ‘Zijn we nog met de juiste dingen bezig? Krijgen wij als opdrachtgever nog steeds wat we willen hebben?’ En als opdrachtnemer moet je blijven bijsturen op het verdienmodel dat je hebt bedacht. Ten tijde van de aanbesteding wordt er een bepaald winstpercentage bedacht. Dat willen jullie graag halen en dat zou een streven moeten zijn. Dat betekent ook dat jullie tijdens de rit moeten blijven bijsturen, daar heb je elkaar wel bij nodig. Als je dat geheel afzonderlijk van elkaar doet, dan loop je het risico dat je geen van beiden je doelstelling zal gaan halen. Dus je moet nadrukkelijk op zoek naar hoe je er nou samen voor kan zorgen dat er aan beide doelstellingen gewerkt wordt. Dat is de kern achter dienend opdrachtgeverschap en dat is wat we proberen te doen binnen dit contract.”

Aanbevelingen voor andere partijen

Aangezien Hans binnen verschillende vakgebieden met productcontracten te maken heeft binnen SAA, ben ik benieuwd wat hij andere partijen zou adviseren wanneer zij een productcontract in de markt willen zetten. “Waar het uiteindelijk om gaat, je contract moet aansluiten bij de behoefte die je hebt”, vertelt Hans, “mijn belangrijkste tip voor anderen is om contractvormen niet klakkeloos te kopiëren.”  

“Het contract is een hulpmiddel en geen doel op zich”

Hans licht toe dat je niet altijd dezelfde contractvorm moet kiezen voor andere situaties: “Bij ons heb je te maken met een groot, dynamisch project met veel externe factoren. Zoals gezegd, moet je dan kunnen anticiperen en daar is een doelstellingen contract zeer geschikt voor. Maar ik kan me ook situaties voorstellen waarbij het project niet zo omvangrijk is of waarbij het project een grotere mate van voorspelbaarheid heeft. Dan kun je het contract en de doelstellingen natuurlijk ook veel specifieker maken. Dan weet je makkelijker waar je aan toe bent en kost het je veel minder energie. Dat neemt niet weg dat ik misschien wel negen van de tien keer op deze contractvorm uit zou komen. Dat moge ook duidelijk zijn, anders was ik er niet zo enthousiast over geweest. De crux zit erin dat je wel moet blijven nadenken, al is het alleen over de formulering van je doelstellingen. Het contract is een hulpmiddel en geen doel op zich.” 

Meer weten over omgevingsmanagement, het productcontract of de samenwerking? Neem dan contact op met projectconsultant Marco Ubeda


Interview afgenomen door: Daan Bardie, PR en communicatieadviseur bij TASK

Balance wint Raamovereenkomst 'Procesmanagers Ontwikkelprojecten'

Balance heeft gisteren de Raamovereenkomst "procesmanagers ontwikkelprojecten" ondertekend! Vanaf vandaag start Balance in combinatie met APPM en Procap binnen de raamovereenkomst ‘Procesmanagers Ontwikkelprojecten’ bij de gemeente Haarlem. De komende vier jaar gaan onze procesmanagers bij de gemeente Haarlem en gemeente Zandvoort aan de slag. Denk bijvoorbeeld aan de herinrichting van de Boulevard van Zandvoort, het bestemmingsplan van het Formule 1 circuit en de gebiedsontwikkeling van de Entree van Haarlem. Wij zijn trots op dit behaalde succes en kijken enorm uit naar deze samenwerking.

Binnen deze raamovereenkomst wil Haarlem voor 23 juli aanstaande haar zes huidige procesmanagers vervangen. Tevens zal zij voor alle toekomstige projecten de procesmanagers uitvragen onder deze Raamovereenkomst. Balance is als nummer één uit de bus gekomen. Een resultaat waar wij erg trots op zijn. In de raamovereenkomst zit één andere raamcontractant die hun dienstverlening mag leveren. Meer weten over procesmanagement of deze raamovereenkomst? Neem dan contact op met business manager Jochem Wellinga.
 


12 april: Seminar Best Value Aanbesteden in de bouw

"Een interessante kennissessie over Best Value Aanbesteden"

Op donderdag 12 april 2018 organiseren Balance en Severijn Hulshof Advocaten in het WTC in Den Haag een kosteloos en volledig op de bouwpraktijkgericht seminar over Best Value Aanbesteden in de bouw.

Een interessante kennissessie met alle actuele ins- en outs over Best Value Aanbesteden in de bouw. Aansluitend is er de mogelijkheid om tijdens de borrel ervaringen uit te delen met branchegenoten en te netwerken. De laatste twee jaar is er steeds meer rechtspraak omtrent Best Value Aanbesteden gekomen. Er is daarmee in de rechtspraak de nodige richting gegeven aan deze wijze van Best Value Aanbesteden. Zo zet Joost Haest op 12 april de recente rechtspraak uiteen en toont de belangrijkste haken en ogen voor inschrijvers. Daarnaast zijn er nog meer interessante lezingen en workshops die ingaan op Best Value Aanbesteden.


U bent van harte uitgenodigd!

Deelname is kosteloos. Aanmelden kan t/m 8 april aanstaande via deze link

 


Projectmanagementcapaciteit gebiedsontwikkeling gemeente Amsterdam

"Gebiedsontwikkeling in een complexe omgeving"

Balance heeft sinds begin dit jaar een raamovereenkomst projectmanagementcapaciteit gebiedsontwikkeling met de gemeente Amsterdam. Samen met Procap en APPM zijn wij één van de drie combinaties die aan de gemeente Amsterdam projectmanagement capaciteit op het gebied van gebiedsontwikkeling levert. De gemeente is hard aan het groeien en zit in de ontwikkelfase van veel gebieden, bijvoorbeeld de Houthavens, Amsterdam-Noord, maar ook  Zuid-Oost en de Zuidas.

De overeenkomst geldt voor twee jaar. Na de eerste twee jaar kan de overeenkomst nog tweemaal verlengd worden met maximaal 1 jaar. We leveren binnen deze raamovereenkomst junior en medior projectmanagers die kennis en ervaring hebben aangaande gebiedsontwikkeling. Op dit moment zijn dat vijf experts. Met alle ontwikkelingen die gaande zijn hopen we gedurende de overeenkomst natuurlijk op heel veel plaatsingen bij de gemeente Amsterdam, daarnaast willen we ook de kennis die wij opdoen over gebiedsontwikkeling in een complexe omgeving als Amsterdam verder ontwikkelen en delen met onze collega’s en andere klanten. Meer weten? Neem dan contact op met business manager Jochem Wellinga.


SDE+ regeling in 2018

" Een hoger basisbedrag kiezen betekent meer subsidie maar ook een hogere kans op afwijzing en vice versa "

De SDE+ was voor de jaarwisseling al een regeling die wat complexer was dan gemiddeld en daar is in het nieuwe jaar nog een schepje bovenop gedaan. Naast toegenomen complexiteit is er in 2018 ook veruit minder subsidie te verkrijgen. Onderstaand leggen we uit wat er precies gewijzigd is en wat de consequenties zijn voor de business case van een zonneproject.

Hoe werkt SDE+?

Voor degenen die een opfrisbeurt nodig hebben: de SDE+ is een subsidieregeling voor duurzame energieopwekking. Aanvragers krijgen een bepaald bedrag aan subsidie voor iedere kWh (kilowattuur) aan groene energie die zij opwekken. Hoe hoog het subsidiebedrag precies is hangt af van de aanvragers zelf. Aanvragers moeten namelijk inschrijven met een zogenaamd basisbedrag, dat weergeeft tegen welke prijs de aanvrager groene energie op kan wekken. 

De subsidie bestaat vervolgens uit het verschil tussen dit basisbedrag en het correctiebedrag; dat de prijs van grijze energie weergeeft. 

De selectie van projecten gebeurt volgens de principes van een bloemenveiling, waarbij de goedkoopste projecten steeds voorrang hebben, net zolang totdat de subsidiepot leeg is. Hierdoor is er voor de aanvrager altijd sprake van een belangrijke afweging. Een hoger basisbedrag kiezen betekent meer subsidie, maar ook een hogere kans op afwijzing en vice versa. 

Wijzigingen in 2018

In voorgaande jaren was een SDE+ project bijna altijd een stuk lucratiever als de aanvrager het grootste deel van de opgewekte energie direct zelf kon gebruiken. Hierdoor werd een hoog energieverbruik onbedoeld aangemoedigd, wat niet in lijn ligt met de rest van het klimaatbeleid; dat juist energiezuinigheid wil stimuleren. Minister Wiebes poogt met de gewijzigde regeling in 2018 deze negatieve prikkel te corrigeren.

De belangrijkste wijziging voor de SDE+ in 2018 is dat er verschillende correctiebedragen en basisenergieprijzen voor netlevering en niet-netlevering zullen worden gehanteerd. Daarnaast wordt er voor deze bedragen nu ook onderscheid gemaakt tussen grote (>1MW) en kleinere (<1MW) installaties. Andere opmerkelijke verschillen:

  • Bij dezelfde kostprijs is er minder subsidie beschikbaar dan in voorgaande jaren, aangezien de correctiebedragen over de gehele linie hoger liggen.
  • Het terug leveren van energie levert meer subsidie op dan eigen gebruik. Dit geldt voor zowel grote als kleine installaties.
  • Ook voor de basis energieprijs geldt dat die voor netlevering hoger is dan voor niet-netlevering.  

De voorlopige correctiebedragen van 2018 zijn: 

Hierdoor lijkt  in eerste instantie dat het nu lucratiever is om op het net te leveren dan energie zelf te verbruiken, maar daarbij zijn andere opbrengsten buiten beschouwing gelaten.  Een volledige berekening van de businesscase moet namelijk ook rekening houden met de besparing van energie die niet hoeft te worden ingekocht (eigen verbruik) en met de terugleverprijs voor energie die aan het net wordt geleverd (netlevering). Dit betekent dat het nog steeds lonender kan zijn om opgewekte energie zelf te verbruiken, zoals in het onderstaande voorbeeld bij een basisbedrag van 10ct/kWh:

Discussie

De zonnesector, onder leiding van HollandSolar, is duidelijk geschokt door de wijzigingen. De angst is dat door deze aanpassingen een groot deel van de zonneprojecten niet meer rendabel gerealiseerd kan worden. De sector heeft daarom de noodklok geluid in brieven die verstuurd werden naar leden van de Tweede Kamer, waarop een spoedberaad met minister Wiebes volgde.

Hoewel de zonnesector zich in dit beraad gehoord voelde en stelde dat er gekeken wordt naar de mogelijkheid van een compromis, heeft minister Wiebes inmiddels aan de kamer laten weten geenszins van plan te zijn de wijzigingen terug te draaien. In een schriftelijk overleg van 16 januari jl. stelt hij:

“Met de aangekondigde wijziging voor zon-pv wordt energie die aan het net wordt geleverd, anders dan voorheen het geval was, op dezelfde manier gestimuleerd als energie die niet aan het net wordt geleverd. (…) Projecten met meer netlevering worden hierdoor niet bevoordeeld ten opzichte van projecten die een groter deel van de geproduceerde energie zelf gebruiken. Ik zal de gevolgen van de ingevoerde wijzigingen monitoren. Vooralsnog zie ik geen aanleiding voor een onderzoek. Deze wijziging is doorgevoerd naar aanleiding van het advies voor de SDE+ in 2018 door ECN en DVN-GL en de markt is erover geconsulteerd. ” – minister Wiebes

Toegenomen complexiteit

Of de zonnesector nu gelijk heeft of minister Wiebes, feit blijft dat de SDE+ regeling een stuk complexer is geworden. Het aantal variabelen is toegenomen en ook de onzekerheidsfactor, aangezien een juiste inschatting van de gelijktijdigheid (het aandeel opgewekte energie die direct zelf kan worden verbruikt) nog essentiëler is geworden.

Omdat ook het berekenen van een businesscase door alle wijzigingen extra gecompliceerd is geworden, hebben wij een online tool ontwikkeld die het doorrekenen van een zonneproject eenvoudig maakt: SDEtool.nl. De tool stelt gebruikers in staat om de ROI en terugverdientijd van een zonproject te berekenen met slechts één druk op de knop.  

Via dezelfde website is ook een uitgebreidere spreadsheet (Excel) beschikbaar die potentiële aanvragers in staat stelt om verschillende scenario’s door te rekenen met meer geavanceerde metrics, zoals de NCW (netto contante waarde) en IRR (internal rate of return). 

 


DEEL DEZE PAGINA